• In 2018 is de economische activiteit zowel in de EU als op wereldniveau gedaald, met een duidelijk krimpende groei.

• Deze afzwakking is vermoedelijk het gevolg van de geringere groei van de wereldhandel, de hoge onzekerheid ten aanzien van het handelsbeleid van diverse landen, het perspectief van een Brexit en een algeheel zwakkere industriële productie in de Eurozone.

• Wat de situatie op de arbeidsmarkt betreft, is het aantal arbeidsplaatsen met 1,6% toegenomen. Ook de arbeidskosten zijn gestegen, maar de prijzen zijn gelijk gebleven.

• Alle sectoren voelden de afname van de wereldhandel, behalve de bouwsector – een belangrijk segment voor de binnenvaart – die boomt en veerkrachtig bleef.

 

 

Algemene economische situatie in Europa en prognose

 

  • Na een periode van aanhoudende potentiële groei in veel grote economieën was er in 2018 sprake van een afzwakking van de economische activiteit, zowel binnen de EU als wereldwijd. Nadat in 2017 het BBP in de eurozone vier kwartaal achter elkaar met 0,7% was gestegen, nam het tempo van de groei flink sterk af en bedroeg de BBP-groei in de eerste twee kwartalen slechts 0,4%. In de laatste twee kwartaal bleef de groei van het BBP verder afnemen waardoor deze bij slechts 0,2% kwam te liggen. In het algemeen is het BBP in de EU-27 over het hele jaar 2018 gezien, gestegen met 2,1% en in de eurozone met 1,9%. In 2018 waren vooral de binnenlandse consumptie en investeringen de belangrijkste factoren voor de economische groei. Het enige Europese land dat in 2018 ondanks de geringere economische groei zich goed staande heeft weten te houden, was Hongarije. Het BBP liet in dit land een groei van bijna 5% zien (Europese Commissie, Europese economische voorjaarsprognose, voorjaar 2019).
  • De daling van dit percentage kan mogelijk worden verklaard door een tragere groei van de wereldhandel. Ook de grote onzekerheid op het gebied van het handelsbeleid, de aankomende Brexit en een over het geheel genomen zwakke industriële productie in de eurozone speelden hierbij een belangrijke rol. Daarentegen lijkt de dienstensector de economische groeivertraging beter te doorstaan. De belangrijkste oorzaak voor de grote onzekerheid op de markt waren de spanningen in de handelsrelatie tussen China en de VS. Hierdoor ontstonden sterke schommelingen in de prijzen op de wereldwijde financiële markt en moesten ook financiële correcties worden toegepast. Deze onzekere economische situatie wordt nu deels opgevangen door nieuwe handelsovereenkomsten, zoals het handelsverdrag tussen de EU en Japan, of het CPTPP (Comprehensive and Progressive agreement for Trans-Pacific Partnership), die voor de wereldhandel een belangrijke impuls zouden kunnen gaan vormen (Europese Commissie, Europese economische voorjaarsprognose, voorjaar 2019).
  • Wat de situatie op de arbeidsmarkt betreft, is het aantal arbeidsplaatsen met 1,6% toegenomen. Vooral de bouwsector zorgde voor deze aanzienlijke stijging, terwijl de groei van de werkgelegenheid in de industrie tot stilstand kwam. Toch was de robuuste arbeidsmarkt een belangrijke stimulans voor het binnenlandse verbruik. In 2018 stegen de arbeidskosten weliswaar met 2,4%, maar deze ontwikkeling van de loonkosten heeft niet tot hogere prijzen geleid. De gestegen lonenkosten zijn niet geheel doorberekend in de prijzen, omdat de bedrijven hun winstmarges hebben verkleind. Dit is voornamelijk door twee factoren te verklaren: in tijden van lage inflatie is er een geringere prijsdoorberekening, omdat bedrijven die prijzen verhogen de aandacht van de consument trekken en daardoor het risico lopen marktaandeel te verliezen. Een andere factor is dat de kosten vaak worden doorberekend in de prijzen als de vraag groot is. Gezien de recente sterke daling van de vraag, waren de ondernemingen daar nu nogal terughoudend mee (Europese Centrale Bank, toespraak van Mario Draghi, maart 2019).
  • Desalniettemin hebben de berichten over verslechterende financiële resultaten van bedrijven en het handelsconflict tussen de VS en China in de tweede helft van 2018 geleid tot belangrijke correcties op de wereldwijde aandelenmarkten. De industriële productie liet in alle landen en sectoren behalve de bouwsector een dalende lijn zien (voor meer informatie over de bouwsector, zie ook hoofdstuk 9 “Vooruitzichten”).In de eerste maanden van 2019 kon een herstel van de prijzen op de aandelenmarkt worden vastgesteld. De ECB blijft een soepel monetair beleid voeren. In december 2018 besloot de ECB de netto-aankopen van activa te beëindigen. Daarentegen zullen de rentetarieven van de ECB ten minste voor de hele zomer van 2019 op hun huidige niveau blijven. Dit zal mogelijk zijn dankzij het monetaire stimuleringsbeleid, met name door bekendmakingen inzake het beleid van de ECB voor de rentetarieven en erinvesteringen van de aanzienlijke hoeveelheid verworven activa. In 2018 liep de euro nominaal en reëel 1% terug ten opzichte van de Japanse yen en het Britse pond sterling, maar ten opzichte van de Amerikaanse dollar bleef de euro sterk.
  • Wat de wereldhandel betreft, liet de export uit de eurozone in de loop van 2018 een dalende trend zien, met een groeipercentage van slechts 0,1% in het derde kwartaal van 2018. De uitvoer van diensten blijft daarentegen onverminderd sterk. Ook de invoer naar de eurozone nam af, maar minder dan de uitvoer (Europese Commissie, Europese economische prognose, februari 2019)
    .

 

BBP-GROEIPERCENTAGES IN DE EU-28, IN DE EUROZONE EN PER LAND (IN %), INCLUSIEF PROGNOSE VOOR 2019 EN 2020

Bron: Eurostat [tec00115] en Europese Commissie (Europese economische prognose, februari en voorjaar 2019) voor de jaren 2019 en 2020