DEFINITIES, TERMINOLOGIE EN REIKWIJDTE VAN HET VERSLAG

  • Volgens de referentiehandleiding van Eurostat betreffende statistieken van de binnenvaart (Eurostat, Reference Manual of Inland Waterway transport Statistics, versie 9.1 april 2018, delen 4.1.6 en 5.2: https://circabc.europa.eu/sd/a/b1c81773-ce2b-47cd-ad43-a0fbfe395402/Reference_Manual_April_2018_.pdf), bestaat de ‘zee-riviervaart’ uit “goederenvervoer dat deels via binnenwateren en deels over zee plaatsvindt zonder overslag. Het kan per binnenschip of zeeschip worden uitgevoerd. Elk binnenschip dat dergelijk vervoer verricht, dient een geschikte vergunning te hebben om op zee te mogen varen.” Dezelfde definitie wordt voorgesteld in de vijfde editie van het Glossarium voor vervoersstatistieken (Glossary for transport statistics 5th Edition 2019: https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3859598/10013293/KS-GQ-19-004-EN-N.pdf/b89e58d3-72ca-49e0-a353-b4ea0dc8988f). In het Engels wordt ook vaak het begrip river-sea traffic gebruikt (Bijv. project EMMA, ‘Strengthening inland navigation and river-sea-shipping in Europe and the Baltic sea region’). In Zweden en Finland wordt deze vorm van vervoer meer-zeevaart genoemd. In dit verslag zal het begrip ‘zee-riviervaart’ worden gehanteerd.
  • Op basis van deze definitie zullen in dit verslag twee soorten zee-riviervaart worden geanalyseerd:
    – Zee-riviervaart uitgevoerd door zeeschepen die zijn aangepast zodat ze ook op binnenwateren kunnen varen (zie hoofdstuk 2).
    – Zee-riviervaart uitgevoerd door een binnenvaartschip dat geschikt is gemaakt om ook tot een bepaalde afstand op zee te kunnen varen (Ook bekend als fluvio-maritieme of binnen-buitenschepen in het ‘Glossary for transport statistics 5th Edition 2019’). In dit verslag zal specifiek worden ingegaan op België en Frankrijk (zie hoofdstuk 3). In België wordt hiervoor het begrip ‘estuaire schepen/vaart’ gebruikt.
  • Dit rapport heeft tot doel de kennis en informatie over de zee-riviervaart in Europa te verbeteren. De zee-riviervaart is overigens ook al aan bod gekomen in het marktobservatierapport van 2013 (Blz. 81-93: https://ccr-zkr.org/files/documents/om/om13_en.pdf). Afgezien daarvan werd in september 2019 een workshop georganiseerd met de belanghebbenden uit de zee-riviervaart om meer inzicht te verwerven in dit segment in Europa. Alle presentaties die tijdens de workshop zijn gehouden, zijn in het Engels beschikbaar op de CCR-website: https://www.ccr-zkr.org/13020153-nl.html.

 

METHODOLOGIE EN GEGEVENSVERSTREKKING OP EU-NIVEAU

  • Aangezien er maar weinig statistieken bestaan over het personenvervoer in de zee-riviervaart in Europa, zal dit rapport zich concentreren op het goederenvervoer in dit segment. Er vindt hierover geen geharmoniseerde rapportage van gegevens plaats op EU-niveau en Eurostat kan derhalve geen specifieke gegevens over de zee-riviervaart leveren.
  • Daarom werden de gegevens in dit verslag voornamelijk direct van de nationale bureaus voor de statistiek verkregen, evenals van andere nationale statistische bronnen en belanghebbenden. Deze nationale bureaus passen deels verschillende methodes toe om hun gegevens te verzamelen, waardoor de zee-riviervaart soms in maritieme statistieken wordt opgenomen, dan weer in binnenvaartstatistieken en soms in beide. Gezien de lage volumes in de zee-riviervaart versus de totale volumes in de zeevaart en binnenvaart, worden dubbeltellingen (d.w.z. statistieken die zowel in de maritieme als de binnenvaartdatabase worden opgenomen) getolereerd. Bovendien kan de definitie van zee-riviervaart vanuit een statistisch oogpunt ook van lidstaat tot lidstaat verschillen.
  • Het voorbeeld van het Kielerkanaal of Noord-Oostzeekanaal, dat de verbinding vormt tussen de Noordzee (bij Brunsbüttel) en de Oostzee (in Kiel) via het Noord-Duitse Schleswig-Holstein, moet wat dit betreft specifiek genoemd worden, omdat het zowel in maritieme als binnenvaartstatistieken opduikt.
  • In Duitse statistieken wordt het Kielerkanaal namelijk enerzijds als binnenwater maar anderzijds ook als maritieme waterweg geregistreerd. Vervoer van het ene eind van het kanaal (Kiel of Brunsbüttel) naar een zeehaven (bijvoorbeeld in Litouwen (Klaipeda) of in Nederland (Rotterdam)), doorvoer via het Kielerkanaal en vervoer van één haven langs het Kielerkanaal naar een andere zeehaven buiten het Kielerkanaal wordt tot maritiem vervoer gerekend. Dit laatste geval zou echter als zee-riviervaart kunnen worden beschouwd als de definitie van de referentiehandleiding van Eurostat betreffende statistieken van de binnenvaart wordt toegepast.
  • De methodologie voor het vergaren van zee-riviervaartstatistieken is binnen Eurostat tijdens diverse vergaderingen van maritieme en binnenvaartwerkgroepen behandeld.
  • Aanvankelijk luidde de aanbeveling van Eurostat aan de nationale bureaus voor de statistiek om de gegevens over zee-riviervaart in functie van het “type vaarwater” te verstrekken. Met andere woorden, als het vervoer op een binnenwater plaatsvindt, dient het te worden opgenomen in de binnenvaartstatistieken en als het op maritieme wateren plaatsvindt, in de zeevaartstatistieken.
  • In de referentiehandleiding betreffende statistieken van de binnenvaart beveelt Eurostat aan om de gegevens over de zee-riviervaart in functie van het “type schip” te melden. Met andere woorden, als het zee-riviervervoer wordt uitgevoerd:
    1. per binnenvaartschip, dan dient het in de binnenvaartstatistieken te worden opgenomen;
    2. per zeeschip, dan dient het in de zeevaartstatistieken te worden opgenomen.
  • Indien er echter geen informatie beschikbaar is over het type schip, zou aanverwante informatie (zoals laad-/loshaven) kunnen worden gebruikt om te bepalen of het zee-riviervervoer vermoedelijk per binnenvaartschip of per zeeschip werd uitgevoerd.
  • Zo nodig, en om relevante en samenhangende binnenvaartstatistieken op nationaal niveau te kunnen opstellen, zouden specifieke gevallen van zee-riviervaart, uitgevoerd door zeeschepen, zowel in de maritieme als in de binnenvaartstatistieken aan Eurostat kunnen worden gemeld. Dergelijke afwijkingen van de standaardaanbevelingen zoals genoemd in de punten 1 en 2 dienen echter duidelijk aan Eurostat te worden meegedeeld, zodat die in de metadata van de binnenvaartstatistieken kunnen worden gespecificeerd. Er bestaan vandaag de dag echter nog steeds bezwaren tegen deze voorgestelde aanbevelingen. Als deze methodologie bijvoorbeeld in Frankrijk zou worden toegepast, zou het leeuwendeel van de zee-riviervaart in de zeevaartstatistieken terechtkomen.
  • Het is interessant te vermelden dat de meeste statische gegevens die in dit rapport worden geanalyseerd, betrekking hebben op situaties waarin het zee-riviervervoer door zeeschepen wordt verricht. Er zijn namelijk minder statistische gegevens beschikbaar over binnenvaartschepen op zee, aangezien er maar weinig plaatsen zijn waar binnenvaartschepen op zee kunnen varen. Dat wat beschikbaar is, staat in dit rapport beschreven.
  • Aangezien er geen coherente gegevens op EU-niveau bestaan, zijn de gegevens afkomstig uit nationale statistieken. Deze nationale gegevens vormen het vertrekpunt voor de analyses per land. De methodologie die werd toegepast om te berekenen hoeveel goederen per land in het kader van de zee-riviervaart worden vervoerd, wordt in elk desbetreffend hoofdstuk uiteengezet. Deze methodologische verschillen leiden ertoe dat de resultaten van de analyses in dit rapport niet altijd even goed vergeleken kunnen worden.
  • Tot slot werden voor enkele landen die in dit rapport worden geanalyseerd gegevens gebruikt die afkomstig zijn uit binnenvaart-databanken. Daarbij is gebleken dat sommige nationale bureaus voor de statistiek de zee-riviervaart als een deel van de binnenvaart beschouwen.
Nullam odio felis Aliquam sed consequat. Sed dapibus