• Een positieve ontwikkeling in 2019 in het Rijnstroomgebied was het herstel van de waterstanden na het laagwater aan het einde van 2018. De waterstanden op de Oostenrijkse en Duitse Donau daalden in de loop van 2019 en aan het begin van 2020 kwam de diepgang van de schepen onder de 2 m te liggen.
• De vrachtprijzen voor droge en vloeibare lading in 2019 op de Rijn, in Nederland en in Duitsland vertoonden in 2019 geen grote stijgingen en bleven op een niveau dat overeenkwam met hun meerjarig gemiddelde.
• In Frankrijk, en met name in het stroomgebied van de Seine, hebben de vrachtprijzen hun stijgende trend behouden. Net als in 2018 handhaafde de vrachtprijs zich op een hoog niveau.

 

INVLOED VAN WATERSTANDEN

  • Een hogere beladingsgraad van de schepen heeft zowel economisch als “hydrologisch” gezien consequenties. Het economische gevolg is een betere benutting van het schip, waardoor de vervoerskosten per ton lager uitvallen. Denkend aan het vaarwater is het gevolg dat de schepen dieper komen te steken, dus een grotere diepgang kunnen hebben (Diepgang = aflaaddiepte van een stilliggend schip). Daarom is de vaarwegdiepte een factor van doorslaggevend economisch belang.
  • De beschikbare diepte voor de scheepvaart wordt berekend op basis van de waterstanden en de specifieke parameters voor elke meetpunt: de overeengekomen lage waterstand, de door de vaarwegbeheerder gegarandeerde minimumvaarwegdiepte en de veiligheidsafstand onder de kiel van het schip (ongeveer 20 cm als het rivierbed uit zand en grind bestaat, en 40 cm voor rivierbeddingen met groter gesteente) (Zie: Swiss Association for Navigation and Port Economics, SVS aktuell, dec. / jan. 2019, blz. 7-8).
  • De volgende grafieken tonen de beschikbare waterdiepte voor enkele belangrijke meetpunten langs de Rijn en de Donau. Na de laagwaterperiode van 2018 kon in 2019 een verbetering in de situatie worden vastgesteld. Bij twee meetpunten langs de Duitse Donau is de beschikbare diepte echter onder de twee meter komen te liggen.
  • In november 2019 heeft de Europese Commissie een positief advies uitgebracht, onder een aantal voorwaarden (Advies van de Commissie op verzoek van Duitsland overeenkomstig artikel 6, lid 4, tweede alinea, van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna: verdieping van de Donau tussen Straubing en Vilshofen; traject Straubing-Deggendorf (Duitsland/Beieren)), over de technische verbetering van het traject van de Donau tussen Straubing en Deggendorf, om een vaargeuldiepte van ten minste 2,5 meter gedurende 185 dagen per jaar mogelijk te maken (Zie: Die Binnenschifffahrt, EU-Kommission macht Weg zum Donauausbau frei, 29 november 2019). Deze maatregel zou ook moeten leiden tot een hogere gemiddelde diepgang van de schepen over dit traject van de Donau.

 

AFBEELDINGEN 1 EN 2: GEVOLGEN VAN DE WATERSTANDEN: MOGELIJKE DIEPGANG VAN SCHEPEN BIJ BELANGRIJKE MEETPUNTEN LANGS DE RIJN EN DE DONAU


Bron: berekening van de CCR op basis van gegevens van het Duitse federale bureau voor hydrologie en de Bondsstaat Niederösterreich

VRACHTTARIEVEN IN HET RIJNGEBIED EN IN FRANKRIJK

AFBEELDINGEN 3 EN 4: ONTWIKKELING VAN DE VRACHTPRIJZEN VOOR HET VERVOER VAN DROGE LADING PER VAARGEBIED IN HET RIJNSTROOMGEBIED (INDEX 2015=100)


Bron: Panteia

  • Uit de vrachtprijsindex voor het vervoer van droge lading blijkt dat de wisselende vaaromstandigheden (beschikbare diepte) een sterke weerslag hebben op de vrachtprijzen. Het binnenlands vervoer in Nederland en het vervoer over de Benedenrijn zijn minder gevoelig voor perioden met laag water dan de scheepvaart op de midden- en bovenloop van de Rijn. In de drogeladingsector kon voor de vrachtprijzen geen stijgende tendens worden vastgesteld, omdat er zich in 2019 geen perioden met laag water voordeden.

 

AFBEELDING 5: ONTWIKKELING VAN DE VRACHTPRIJZEN VOOR HET VERVOER VAN VLOEIBARE LADING* VAN HET ARA-GEBIED NAAR BESTEMMINGEN LANGS DE RIJN (INDEX 2015=100)


Bron: Berekening van de CCR aan de hand van PJK International
* Gasolie
PJK verzamelt gegevens over de vrachtprijzen (in euro per ton) voor het vervoer van vloeibare goederen uit het ARA-gebied naar bestemmingen langs de Rijn. De CCR heeft op basis van deze data een index berekend, met 2015 als uitgangsjaar. Benedenrijn: Duisburg, Keulen. Bovenrijn: Karlsruhe, Bazel. Main: Frankfurt/M.

  • In de loop van 2019 gingen de vrachtprijzen voor het vervoer van vloeibare goederen uit het ARA-gebied naar bestemmingen in het achterland van de Rijn flink omhoog. Deze stijging werd met name aangewakkerd door een toenemende invoer en het weer opvullen van de voorraden. In september zijn bij twee raffinaderijen (de Zwitserse raffinaderij van Cressier en de MIRO-raffinaderij in Karlsruhe, Duitsland) onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Hiervoor moesten grotere hoeveelheden goederen via de Rijn worden aangevoerd. In oktober, november en december 2019 kwamen de vrachtprijzen door de stijgende waterstanden, de relatief grote voorraden olieproducten in het achterland en het uitblijven van echt koud weer flink onder druk te staan.

 

AFBEELDING 6: VRACHTPRIJSINDEX VOOR HET BINNENVAARTVERVOER IN FRANKRIJK (INDEX 2015=100)


Bronnen: Franse Ministerie voor ecologische en solidaire transitie / INSEE

  • In Frankrijk laten de vrachtprijzen in het Seinebekken in 2018 en 2019 een ononderbroken stijgende lijn zien. De prijzen in het stroomgebied van Nord-Pas-de-Calais (het gebied rond Duinkerken en Rijsel aan de grens met België) namen daarentegen minder sterk toe. De stijgende vrachtprijzen in Frankrijk zijn te verklaren door de boom in het vervoer van droge lading in dit land, met name in Parijs en in het Seinebekken (zie hoofdstuk 1).

 

EVOLUTIE VAN DE KWARTAALOMZET IN DE BINNENVAART IN EUROPA

AFBEELDING 7: OMZETONTWIKKELING VAN DE BINNENVAARTONDERNEMINGEN (GOEDERENVERVOER* – (INDEX 2015=100)


Bronnen: CBS en Destatis
* Gegevens voor Duitsland: alleen vrachtvervoer, gegevens voor Nederland: vracht- en passagiersvervoer, maar het vrachtvervoer heeft een aandeel van 92% in de omzet.

  • In de twee grootste binnenvaartlanden van Europa is de omzet gedaald als gevolg van de stijgende waterstanden. Hierdoor bleef de omzet van de Nederlandse binnenvaartondernemingen op ongeveer hetzelfde niveau als in 2015. Bij de Duitse binnenvaartondernemingen lag de omzet echter 20% lager dan hun gemiddelde omzet in 2015.
  • De netto-omzet van de Nederlandse en Duitse vrachtbedrijven in de binnenvaart is goed voor ongeveer 80% van de totale netto-omzet van de binnenvaartondernemingen in het goederenvervoer in de EU (zie onderstaande tabel).

Vrachtvervoer door de binnenvaart *NederlandDuitslandEU-28
Aantal ondernemingen3 2956685 600
Netto-omzet (in mln. euro)2 5001 6895 271
Werkzame personen9 9914 21122 000

Bronnen: Eurostat [sbs_na_1a_se_r2] en CBS
Cijfers gelden voor 2017 (meest recente gegevens die beschikbaar zijn).

  • Als men het aantal ondernemingen vergelijkt met het aantal personen dat bij de ondernemingen werkt, wordt duidelijk dat de ondernemingen in omvang verschillen. Het gemiddelde aantal werkzame personen per onderneming (werknemers, zelfstandigen en onbetaalde gezinsleden) bedraagt 3 voor de Nederlandse ondernemingen vergeleken met 6,3 voor de Duitse ondernemingen. Dit verschil komt voornamelijk omdat Nederland meer kleinere ondernemingen telt (zelfstandige binnenschippers).

 

AFBEELDING 8: OMZETONTWIKKELING VAN DE BINNENVAARTONDERNEMINGEN (PASSAGIERSVERVOER)*


Bronnen: Eurostat [sts_setu_q], Destatis, INSEE
* Gegevens voor Frankrijk en Duitsland: alleen voor het passagiersvervoer.
Voor Oostenrijk wordt zowel de omzetontwikkeling van het vracht- als die van het passagiersvervoer weergegeven, maar de sector in Oostenrijk wordt gedomineerd door het passagiersvervoer.

  • De passagiersvaart heeft een sterk schommelende omzet als gevolg van de seizoenen. Voor de landen waarvoor kwartaalgegevens beschikbaar zijn (Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland) blijkt uit de cijfers voor 2019 dat de omzet in dat jaar hoger lag dan in het jaar ervoor.
  • Qua jaarlijkse omzet staan de Duitse ondernemingen op plaats twee in Europa. In Duitsland staan 58 riviercruiseschepen geregistreerd. Daarnaast zijn er nog 783 dagtochtschepen op rivieren en kanalen en 130 dagtochtschepen op meren.
  • De Franse ondernemingen komen qua jaarlijkse omzet in Europa op de vierde plaats. In Frankrijk staan 32 riviercruiseschepen geregistreerd. Kenmerkend voor dit land is het specifieke segment van kleine cruiseschepen met minder dan 40 bedden (19 kleine cruiseschepen varen over de Franse binnenwateren). Daarnaast telt de vloot nog eens 365 dagtochtschepen op rivieren en kanalen (Er zijn nog geen gegevens van VNF over het aantal dagtochtschepen op meren in Frankrijk beschikbaar).
  • De Oostenrijkse ondernemingen staan qua jaarlijkse omzet op plaats zeven in Europa. Het Oostenrijkse deel van de Donau is één van de belangrijkste regio’s voor riviercruises in Europa. Er staan echter niet veel riviercruiseschepen in Oostenrijk geregistreerd. De Oostenrijkse ondernemingen zijn vooral actief in de dagtochtvaart. Elk jaar worden in Oostenrijk ongeveer 700 000 passagiers door schepen van Oostenrijkse dagtochtondernemingen vervoerd die een lijndienst onderhouden. Ongeveer 100 000 passagiers worden op thematische tours en chartertochten vervoerd (Bron: Via Donau, jaarrapport 2018).
  • Zwitserland, Duitsland en Frankrijk zijn samen goed voor meer dan de helft van de totale omzet in de passagiersvaart over de binnenwaterwegen in de EU. In Zwitserland zijn namelijk niet alleen veel riviercruisebedrijven gevestigd maar staan ook 153 riviercruiseschepen (= 43% van de totale Europese vloot) geregistreerd.

Passagiersvervoer door de binnenvaartOostenrijkZwitserlandFrankrijkDuitslandEU-28*
Aantal ondernemingen83992524344 103
Netto-omzet (in mln. euro)907443415453 104
Werkzame personen5472 0912 0746 10324 230

Bronnen: Eurostat [sbs_na_1a_se_r2], Statistik Austria, Eidgenössische Steuerverwaltung
Cijfers voor 2017, behalve Oostenrijk (2018) en Zwitserland (2016)
* Met inbegrip van Zwitserland

Kostenontwikkeling

  • De brandstofkosten worden aan de hand van de brandstofkosten-index van het CBRB bepaald. Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) in Nederland brengt de ontwikkelingen van de brandstofprijzen in de binnenvaart in kaart. De door het CBRB in een enquête regelmatig bepaalde inkoopprijs per 100 liter gasolie vormt voor alle ondernemingen in de binnenvaartsector het uitgangspunt voor de bepaling van de brandstoftoeslagen.
  • Volgens de gegevens van het CBRB zijn de brandstofkosten in 2019 met 2,6% gestegen ten opzichte van 2018. Verwacht wordt dat de brandstofprijzen in de komende jaren licht zullen dalen. Dit heeft met name te maken met de dalende olieprijzen.

 

AFBEELDING 9: GEMIDDELDE GASOLIEPRIJS VOLGENS HET CBRB EN OLIEPRIJS, INCLUSIEF PROGNOSES*

Bronnen: CBRB en Oxford Economics. Toe = Ton olie-equivalent
* Prognose voor de olieprijs is gebaseerd op gegevens van Oxford Economics (in US-$). De prognose is gebaseerd op de veronderstelling dat de euro in waarde zal toenemen, van 1,09 US-$ per euro in KW1 2020 naar 1,16 US-$ per euro in KW4 2022.

  • Volgens de economische prognose van de Europese Commissie van november 2019 (See: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-performance-and-forecasts/economic-forecasts/autumn-2019-economic-forecast-challenging-road-ahead_en#economic-forecast-documents) zullen het herstel van de olieproductie in Saoedi-Arabië en de toenemende productie van schalieolie in Noord-Amerika (beide ontwikkelingen zorgen voor meer aanbod op de markt) een zeer belangrijke rol spelen bij de daling van de olieprijs.
  • Door het groeiende tekort aan personeel kan worden vastgesteld dat de loonkosten in de binnenvaart stijgen. De hogere ongevallencijfers, met name schepen die aan de grond lopen en aanvaringen met infrastructuur (bruggen), zetten de verzekeringen onder druk. Als er gekeken wordt naar het aantal schadegevallen zijn er wel verschillen tussen de rivieren te constateren (Zo is het aantal ongevallen per tonkilometer van het vrachtvervoer groter op de Donau dan op de Rijn en de Main). Desondanks blijkt uit de door de verzekeringsmaatschappijen verstrekte informatie dat de verzekeringspremies over het geheel genomen niet veel duurder zullen worden. De hevige concurrentie tussen de verzekeringsmaatschappijen die dit type verzekeringen aanbieden zal daar zeker een rol bij spelen.
eget Praesent sit Donec vel, venenatis, non diam consectetur mattis tristique