• De waterstanden en vaaromstandigheden op de Rijn en Donau waren in 2020 iets slechter dan in 2019, maar beter dan in 2018.
• Voor de meeste goederengroepen zijn de vrachtprijzen in 2020 gedaald, hoewel er uitzonderingen zijn zoals voor bouwmaterialen op de Rijn en agribulk op de Donau.
• De afgelopen tien jaar tonen de jaarlijkse gemiddelde vrachtprijzen voor droge en vloeibare lading in het Rijnstroomgebied een opwaartse trend.

 
 

WATERSTANDEN EN BESCHIKBARE DIEPTE VOOR DE SCHEEPVAART BIJ DE MEETPUNTEN LANGS DE RIJN EN DONAU

  • De beschikbare diepte voor de scheepvaart bij een bepaald meetpunt wordt berekend met de volgende formule:9
    mogelijke of beschikbare diepte = minimumvaarwegdiepte + (actuele waterstand – overeengekomen lage waterstand) – ruimte onder de kiel.
  • Als de actuele waterstand gelijk is aan de overeengekomen lage waterstand (waaruit blijkt dat de waterstand zeer laag is), dan is het verschil (actuele waterstand – overeengekomen lage waterstand) nul. In dit geval is de mogelijke diepte van een schip nog steeds gelijk aan de minimumvaarwegdiepte min de ruimte onder de kiel (zie illustratie).
  •  

    AFBEELDING 1: ACTUELE WATERSTAND, ACTUELE DIEPGANG, OVEREENGEKOMEN LAGE WATERSTAND, MINIMUMVAARWEGDIEPTE EN BESCHIKBARE OF MOGELIJKE DIEPTE VOOR DE SCHEEPVAART BIJ KAUB/MIDDENRIJN*


    In deze illustratie is als datum voor het bepalen van de beschikbare of mogelijke diepgang 3 september 2020 gekozen, toen het werkelijke waterpeil gemiddeld 239 cm bedroeg.
     

  • Tabel 1 toont de resultaten van een analyse van de dagelijkse gegevens voor de meetpunten langs de Rijn en de Donau voor de jaren 2018, 2019 en 2020. Uit de onderstaande tabel blijkt dat bij Kaub een beschikbare waterdiepte werd bereikt die ten minste gelijkwaardig is aan de minimumvaarwegdiepte van 1,90 m:
    – In 2018: op 63,5% van de dagen in een jaar
    – In 2019: op 98,3% van de dagen in een jaar
    – In 2020: op 87,3% van de dagen in een jaar
  • Het feit dat het “behaalde percentage” in 2018 en 2020 lager was dan het doelpercentage van 95% is het gevolg van de uitzonderlijke laagwaterperiodes in die beide jaren.
  • Duisburg-Ruhrort aan de benedenloop van de Rijn biedt over het algemeen hogere waterstanden en grotere vaarwegdieptes en mogelijke waterdieptes, omdat de morfologische kenmerken van de Rijn bij dit meetpunt anders zijn. Dit vertaalt zich in een grotere streefdiepte (2,80 m), maar alleen in 2019 kon dit doel op ten minste 95% van alle dagen worden bereikt.
  • Vergelijkbare berekeningen kunnen ook voor de Donau worden uitgevoerd. Twee meetpunten aan de bovenloop van de Oostenrijkse Donau zijn hiervoor in aanmerking genomen: Kienstock (122 km ten oosten van Linz en 90 km ten westen van Wenen) en Wildungsmauer (250 km ten oosten van Linz en 38 km ten oosten van Wenen). Voor beide meetpunten wordt een waterdiepte van 2,50 m nagestreefd.
  • In 2019 waren de vaaromstandigheden bij alle vier meetpunten gunstiger in vergelijking met het extreme laagwaterjaar 2018. Omdat de zomer van 2020 opnieuw gekenmerkt werd door extreme hitte en droogte, wat gepaard ging met lage waterstanden, was er een betrekkelijk grote afname te zien.
  •  

    TABEL 1: BEHAALDE MINIMUMVAARWEGDIEPTE ALS MOGELIJKE DIEPTE IN 2018-2020 (IN % VAN ALLE DAGEN IN EEN JAAR)

    MeetpuntMinimumvaarwegdiepte onder OLR*201820192020
    Kaub (Middenrijn)190cm63,5%98,3%87,3%
    Duisburg Ruhrort (Benedenrijn)280cm62,3%95,3%83,6%
    Kienstock (Boven-Donau)250cm50,4%63,3%57,4%
    Wildungsmauer (Boven-Donau)250cm43,3%53,4%46,2%

    Bronnen: berekening van de CCR op basis van gegevens van de Waterwegen- en scheepvaartbeheerder van de Duitse Bondsstaat, verstrekt door het Duitse federale bureau voor hydrologie (BfG) en de Federale overheid Neder-Oostenrijk
    * OLR: Overeengekomen Lage Rivierstand

     

  • De percentages voor de twee meetpunten aan het Oostenrijkse gedeelte van de Donau komen in grote lijnen overeen met de informatie die door de Donaucommissie is verstrekt over de vaaromstandigheden op de Donau in 2020. Volgens het marktobservatierapport voor de Donau werd alleen in maart een toereikende vaarwaterdiepte bereikt, zodat de vrachtschepen beladen konden worden bij een waterdiepte van 250-270 cm. Dit niveau werd in de overige maanden niet gehaald.

 
 

VRACHTPRIJZEN IN HET RIJNSTROOMGEBIED

    VRACHTPRIJZEN VOOR DROGE LADING IN HET RIJNSTROOMGEBIED

    • In 2020 bleven de vrachtprijzen voor het vervoer van droge lading in het Rijnstroomgebied onder het niveau van 2019, met uitzondering van de vrachtprijzen voor het segment bouwmaterialen. In de tweede helft van 2020 kon er een herstel van de prijzen op de Beneden- en Middenrijn worden vastgesteld terwijl er op de Bovenrijn geen sprake was van herstel.
    • Bekijkt men de tendens op lange termijn, dan kan worden vastgesteld dat de vrachtprijzen voor het vervoer van droge lading in het Rijnstroomgebied over de gehele linie stijgen, waarbij de uitschieter van 2018 echter een opmerkelijke uitzondering vormt. Dit was vooral het gevolg van zeer hoge vrachtprijzen door de laagwaterperiode in dat jaar.
    •  

      AFBEELDING 2: PANTEIA VRACHTPRIJSINDEX VOOR HET VERVOER VAN DROGE LADING IN HET RIJNSTROOMGEBIED (INDEX 2015 = 100)

      Chart by Visualizer

      Bron: Panteia
       

      AFBEELDING 3: PANTEIA VRACHTPRIJSINDEX VOOR HET VERVOER VAN DROGE LADING NAAR GOEDERENSEGMENT (INDEX 2015 = 100)

      Chart by Visualizer

      Bron: Panteia
       

    • Wanneer een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten goederensegmenten blijkt dat de vrachtprijzen voor het vervoer van droge lading in de hele eerste helft van 2020 ten opzichte van 2019 sterk zijn gedaald. Pas in het derde kwartaal van 2020 was er sprake van een opleving. Het goederensegment metalen liet de sterkste daling zien. Dit was gedeeltelijk te wijten aan een lagere vervoersvraag als gevolg van de verminderde activiteit in de automobielindustrie. In het laatste kwartaal van 2020 begon dit segment de eerste tekenen van herstel te vertonen. Ook voor steenkool en ijzererts was de vraag naar vervoer in de eerste zes maanden van dat jaar extreem zwak, maar in oktober 2020 trokken de tarieven enigszins aan.
    •  
       

    VRACHTPRIJZEN VOOR VLOEIBARE LADING IN HET RIJNSTROOMGEBIED

    • In afbeelding 4 wordt de ontwikkeling van de vrachtprijzen voor vloeibare lading weergegeven en daaruit blijkt dat de vrachtprijzen voor het vervoer van gasolie in het Rijnstroomgebied al sinds 2020 een licht stijgende trend vertonen. Uitschieters in positieve zin waren de laagwaterperiodes van 2011, 2015 en 2018. Als gevolg van de coronapandemie kwam er echter een einde aan deze stijgende lijn. Dit geldt voor alle drie gedeelten van de Rijn (Beneden-, Midden-, Bovenrijn). De ontwikkeling van de vrachtprijzen voor het vervoer van benzine op de Rijn lijkt veel op die voor gasolie.
    •  

      AFBEELDING 4: PJK-VRACHTPRIJSINDEX VOOR HET VERVOER VAN VLOEIBARE LADING IN HET RIJNSTROOMGEBIED (INDEX 2015 = 100)

      Chart by Visualizer

      Bron: berekening van de CCR op basis van PJK International

 
 

VRACHTPRIJZEN IN HET FARAG-GEBIED10

  • Voor het vervoer van vloeibare lading binnen het meer uitgebreide ARA-gebied werd een analyse gemaakt van een dataset met de vrachtprijzen op de spotmarkt, verstrekt door de tankercoöperatie CITBO.11 Binnen de gegevens over de spotmarkt waren de marktaandelen van de verschillende productgroepen als volgt:
    – gasolie en gasoliebestanddelen: aandeel van 55% in 2020 (50% in 2019, 47% in 2018)
    – benzine en benzinebestanddelen: aandeel van 21% in 2020 (26% in 2019 en 35% in 2018)
    – biodiesel: aandeel van 17,6% in 2020 (15% in 2019 en 11% in 2018)
    – chemicaliën: aandeel van 5,4% in 2020 (9% in 2019 en 8% in 2018)
    – zware en overige producten: aandeel van 1,1% in 2020 (1% in 2019 en 2018).
  • Wat betreft alle vloeibare lading die in de onderzochte periode (januari tot december 2020) werd vervoerd, werd 36% geladen in Antwerpen, 34% in Rotterdam, 9% in Vlissingen, 7% in Amsterdam en 16% in alle overige havens. Wat de loshavens betreft, werd circa 27% van de lading gelost in Antwerpen, 18% in Rotterdam en 13% in Amsterdam. De rest werd gelost in andere gebieden, met name in België, Nederland, Duitsland en Zwitserland. De loshavens zijn over het algemeen verspreid over een veel groter geografisch gebied dan de laadhavens. Dit gaat hand in hand met de logistieke kant van aardolieproducten (deze producten zijn vaak afkomstig uit het FARAG-gebied en de vraagzijde van de markt alsook consumenten zijn vaak te vinden in het aangrenzende achterland maar ook verder weg).
  • Er werd een vrachtprijsindex berekend voor gasolie en gasoliebestanddelen, benzine en benzinebestanddelen en biodiesel, gebaseerd op de vrachtprijzen op de spotmarkt.12 De vrachtprijzen voor deze drie goederensegmenten kenden in 2020 nogal uiteenlopende trends:
    Gasolie en gasoliebestanddelen: in april 2020 bereikte het tarief een recordhoogte. Dit valt te verklaren door het feit dat de olie- en gasolieprijzen aan het begin van de pandemie sterk daalden. De daling van de prijs leidde tot een grotere vraag naar aardolie voor de opslag, zodat men op een later tijdstip kan profiteren van stijgende olieprijzen. De daaruit voortvloeiende grotere vraag naar vervoer heeft gedurende een korte periode de vrachtprijzen voor gasolie en gasoliebestanddelen aangejaagd. Toen de depots echter tot de rand toe gevuld waren, namen deze extra vervoersactiviteiten af, waarna de vrachttarieven daalden tot onder het niveau van voor de pandemie.
    Benzine en benzinebestanddelen: dit segment liet heel 2020 een zeer stabiele ontwikkeling zien.
    Biodiesel: in april 2020 was er sprake van een duidelijke piek. Hier geldt hetzelfde als voor gasolie en gasoliebestanddelen. De vrachtprijs vertoonde in 2020 in grote lijnen een neerwaartse trend.
  • Benzine en benzinebestanddelen kenden de hoogste gemiddelde vrachtprijzen op de spotmarkt in absolute waarden (€/ton), aangezien de vervoersafstanden daarvoor gemiddeld relatief lang zijn en om zo de hogere kosten in absolute cijfers te compenseren (meer brandstofverbruik, enz.). De reisduur voor het vervoeren van benzine en benzinebestanddelen bedroeg gemiddeld 21 uur, vergeleken met 15 uur voor het transport van gasolie en gasoliebestanddelen. In 2020 was biodiesel het goederensegment met de hoogste gemiddelde reisduur, die neerkomt op 25 uur.
  •  

    AFBEELDINGEN 5, 6 EN 7: CITBO-VRACHTPRIJSINDEX VOOR VLOEIBARE GOEDERENSEGMENTEN (INDEX AUGUSTUS 2017 = 100)

    Chart by Visualizer

    Chart by Visualizer

    Chart by Visualizer

    Bron: analyse van de CCR op basis van vrachtprijzen op de spotmarkt van CITBO

 
 

VRACHTPRIJZEN IN HET DONAUBEKKEN

  • De vrachtprijzen, die weliswaar gedeeltelijk afhangen van de brandstofprijs, werden voornamelijk bepaald door de vraag naar vervoer. De vrachtprijzen voor vervoer stroomopwaarts daalden in 2020 gemiddeld met 8%, terwijl de vervoersprijzen voor het vervoer stroomafwaarts met 10% stegen. Deze trends hangen nauw samen met de ontwikkeling van het vrachtvervoer. Het segment ijzererts, dat stroomopwaarts over de Donau wordt vervoerd, kreeg te maken met een afnemende vraag als gevolg van de daling van de activiteit in de automobielindustrie, maar kon tegen het einde van het jaar, om precies te zijn in het vierde kwartaal, weer enigszins toenemen. Voor het vervoer stroomafwaarts vormen landbouwproducten het grootste goederensegment dat in dat jaar een stijgende lijn vertoonde, zoals blijkt uit de vrachtprijsindex voor vervoer stroomafwaarts.
  •  

    AFBEELDING 8: VRACHTPRIJSINDEX 2020 PER KWARTAAL – DONAU (INDEX KW4 2019 = 100)

    Chart by Visualizer

    Bron: Marktobservatierapport van de Donaucommissie