• In 2021 werden in de Rijnoeverstaten in totaal 10.256 schepen geteld: 7445 drogeladingschepen, 1453 tankschepen, 1358 duw- en sleepboten. Kleine schepen met een draagvermogen tot 1500 ton zijn goed voor 41% van de Nederlandse drogeladingvloot, 75% van de Franse en Duitse drogeladingvloot en 53% van de Belgische drogeladingvloot. Het aantal kleine schepen is de laatste tien jaar ononderbroken afgenomen.
• Wat de nieuwbouwactiviteiten betreft, kan er een duidelijk verschil worden vastgesteld tussen de nieuwbouw van tankers en die van schepen voor droge lading. Tussen 2016 en 2020 laat de nieuwbouw van tankschepen een duidelijk stijgende lijn zien.
• De nieuwbouwactiviteiten in het segment droge lading ligt al sinds 2016 onverminderd op een veel lager peil dan de nieuwbouw in de tankvaart. Het aantal nieuwgebouwde schepen laat eerder een stagnerende lijn zien.

 

VLOOTOMVANG PER MACROREGIO EN LAND IN EUROPA

 

    TABEL 1: VLOOTOMVANG (AANTAL BINNENVAARTSCHEPEN) PER MACROREGIO EN SCHEEPSTYPE IN EUROPA

     DrogeladingschepenTankschepenDuw- en sleepbotenTotaal aantal schepen
    Rijnvloot74451453135810.256
    Donauvloot26522046423498
    Overige landen*156126 #7272314
    Totaal aantal schepen11.6581683272716.068

    Bronnen: 1) Rijnoeverstaten: VNF (Frankrijk), CBS/Rijkswaterstaat (Nederland), ITB (België), Waterwegen- en scheepvaartbeheerder van de Duitse Bondsstaat, Nationaal vlootregister van Luxemburg, Schweizerische Rheinhäfen. 2) Donaulanden: Donaucommissie. 3) Overige landen: Eurostat [iww_eq_loadcap], [iww_eq_age], Tsjechische ministerie van Vervoer, Bureau voor de statistiek van Polen en van Litouwen.
    * Overige landen = Polen, Tsjechië, Italië, Verenigd Koninkrijk, Finland, Litouwen
    # Omvat 9 tankschepen in Polen, 1 in Tsjechië en 16 in Litouwen en een onbekend aantal in de overige landen.

     

  • De volgende afbeeldingen tonen het aantal drogelading- en tankschepen bij elkaar (motorvrachtschepen en duwbakken) en het aantal duw- en sleepboten per land in Europa. Voor het aantal drogelading- en tankschepen (afbeelding 1) zijn de gegevens de meest recente en hebben ze voor België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland betrekking op 2021 en voor Duitsland op 2020 en voor alle overige landen op 2019, behalve voor Italië (2018), het VK (2018) en Servië (2017).
  •  

    AFBEELDING 1: AANTAL DROGELADING- EN TANKSCHEPEN PER LAND IN EUROPA


    Bronnen: Eurostat [iww_eq_loadcap] en nationale bronnen voor Rijnoeverstaten
     

  • De gegevens voor het aantal duw- en sleepboten per land werden ontnomen uit de vlootdatabase van Eurostat, met uitzondering van België en Luxemburg (voor beide landen waren geen Eurostat-gegevens beschikbaar, dus werden gegevens van de nationale waterwegeninstanties gebruikt).
  •  

    AFBEELDING 2: AANTAL DUW- EN SLEEPBOTEN PER LAND IN EUROPA


    Bronnen: Eurostat [iww_eq_age] en ITB (België), scheepsregister voor Luxemburg
     

ONTWIKKELING VAN DE RIJNVLOOT

    DROGELADINGVLOOT IN DE RIJNOEVERSTATEN

     

  • De vlootgegevens die zijn gebruikt voor dit deel berusten volledig op nationale vlootgegevens van waterwegeninstanties. Dit komt doordat alleen in nationale vlootgegevens en de IVR-database een onderscheid wordt gemaakt tussen drogelading- en tankschepen. In de database van Eurostat is dat niet het geval.
  • De gegevens van de Nederlandse vloot omvat de binnenvaartschepen die in Nederland geregistreerd staan en daar in 2021 actief waren.44 De vlootgegevens voor de overige Rijnoeverstaten betreffen ook overwegend actieve schepen en komen van de Belgische, Duitse, Franse en Zwitserse waterwegeninstanties en uit het scheepsregister van Luxemburg. Op basis van de gegevens van 2021 voor alle Rijnoeverstaten behalve Duitsland, bedroeg het aantal geregistreerde drogeladingschepen 7444 in 2021, ten opzichte van 6942 in 2020 en 7012 in 2019.
  •  

    AFBEELDING 3: AANTAL DROGELADINGSCHEPEN IN RIJNOEVERSTATEN IN 2021 *


    Bron: berekening van de CCR op basis van nationale gegevens (zie Tabel 1)
    * De Duitse gegevens hebben betrekking op 2020.

     

    AFBEELDING 4: AANTAL DROGELADINGSCHEPEN PER RIJNOEVERSTAAT *


    Bron: berekening van de CCR op basis van nationale gegevens
    * De gegevens over de Duitse vloot voor 2021 waren nog niet beschikbaar.

     

  • Het gemiddelde laadvermogen van een schip in de Rijnvloot lag in 2020 rond de 1500 ton, terwijl dit in 2005 nog 1090 ton was. Het totale laadvermogen van de vloot is sinds 2008 tamelijk constant gebleven en kwam in 2020 neer op 10,5 miljoen ton.
  • Kleine schepen worden meestal gedefinieerd als schepen met een laadvermogen van minder dan 1500 ton. Volgens deze definitie waren de vloten van België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland als volgt samengesteld:
  •  

    TABEL 2: SAMENSTELLING VAN DE DROGELADINGVLOOT (MOTORVRACHTSCHEPEN EN DUWBAKKEN) PER RIJNOEVERSTAAT IN 2020/2021 *

    VlootKleine schepen (≤ 1500 t)Alle drogeladingschepenAandeel kleine schepen op basis van aantal
    Nederlandse1.7873.47041,1%
    Duitse 1.5072.00475,2%
    Franse74999375,4%
    Belgische51094953,8%
    Zwitserse4850,0%

    Bronnen: CBS/Rijkswaterstaat, Waterwegen- en scheepvaartbeheerder van de Duitse Bondsstaat, ITB, VNF
    * De Duitse gegevens zijn voor 2020, alle overige voor 2021.

     

  • Er wordt vaak gesteld dat het aantal kleine schepen in de binnenvaart afneemt. Langetermijngegevens bevestigen deze stelling, zoals blijkt uit de volgende afbeeldingen.
  •  

    AFBEELDINGEN 5, 6, 7, 8: AANTAL DROGELADINGSCHEPEN IN DE NEDERLANDSE, DUITSE, FRANSE EN BELGISCHE VLOOT – AANTAL KLEINE SCHEPEN (≤ 1500 T) EN GROTERE SCHEPEN (> 1500 T)





    Bronnen: analyse van de CCR op basis van CBS/Rijkswaterstaat, ITB, WSV
     

  • Het aantal kleine schepen in de Nederlandse vloot daalde tussen 2010 en 2021 met 467 schepen, oftewel een daling van 20,7%.
  • Het aantal kleine schepen in de Duitse vloot daalde tussen 2010 en 2020 met 251 schepen, oftewel een daling van 14,3%.
  • Het aantal kleine schepen in de Franse vloot daalde tussen 2010 en 2021 met 323 schepen, oftewel een daling van 30,1%.
  • Het aantal kleine schepen in de Belgische vloot daalde tussen 2010 en 2021 met 221 schepen, oftewel een daling van 30,2%.
  • Kleine schepen zijn nodig voor het vervoer van graan en andere landbouwproducten, dus een afname van het aantal kleine schepen veroorzaakt problemen en knelpunten. Een verschuiving van de vervoerde graanvolumes van de binnenvaart naar het wegvervoer lijkt een gevolg hiervan te zijn. Dit staat haaks op de algemene ambitie om meer vervoersvolumes van het wegvervoer naar de binnenvaart te verleggen.
  •  

    TANKVLOOT IN DE RIJNOEVERSTATEN

     

  • Het aandeel van de Nederlandse vloot binnen de totale tankvloot van de Rijnoeverstaten bedraagt 52%. Zwitserland en Luxemburg hebben een relatief groot aantal tankers. Wat aantallen betreft, is het totale aantal tankschepen sinds 2012 afgenomen, aangezien het aantal schepen dat uit de vaart genomen werd, hoger was dan het aantal nieuwe dubbelwandige schepen dat op de markt kwam.
  •  

    AFBEELDING 9: AANTAL TANKSCHEPEN IN DE RIJNOEVERSTATEN IN 2021 *


    Bron: berekening van de CCR op basis van nationale gegevens
    * De gegevens voor Duitsland zijn van 2020.

     

    AFBEELDING 10: TOTALE AANTAL TANKSCHEPEN PER RIJNOEVERSTAAT *


    Bron: berekening van de CCR op basis van nationale gegevens
    * Gegevens over de Duitse vloot voor 2021 waren nog niet beschikbaar.

     

ONTWIKKELING VAN DE DONAUVLOOT

    DROGELADINGVLOOT IN HET DONAUBEKKEN

     

  • Volgens de statistieken van de Donaucommissie (met informatie op basis van enquêtes onder rederijen in de lidstaten van de Donaucommissie) bestond de Donauvloot aan het eind van 201745 uit circa 400 duwboten, 242 sleepboten, 409 motorvrachtschepen en ongeveer 2100 duwbakken. Meer dan 70% van het totale vervoersvolume komt voor rekening van duwstellen, samengesteld zoals in onderstaande tabel weergegeven, afhankelijk van de vaarwegklasse en vaaromstandigheden.
  •  

    TABEL 3: TYPE DROGELADINGVAART OP DE DONAU (AANDEEL IN HET TOTALE VERVOER IN %)

    Duwboot + 7-9 bakken40-42%
    Duwboot + 6 bakken20-23%
    Duwboot + 4 bakken12-14%

    Bron: Marktobservatierapport van de Donaucommissie
     

  • De totale drogeladingvloot van de Donaustaten is sinds 2005 gekrompen. Sinds 2014 is de dalende lijn echter tot stilstand gekomen en de omvang van de vloot is gelijk gebleven. De Roemeense drogeladingvloot is de grootste van het Donaubekken met een aandeel van circa 48% van alle drogeladingschepen. Dit aandeel blijft groeien.
  •  

    TANKVLOOT IN HET DONAUBEKKEN

     

  • Volgens de statistieken van de Donaucommissie (met informatie op basis van enquêtes onder rederijen in de lidstaten van de Donaucommissie) waren er aan het eind van 2017 74 motortankschepen en 128 tankschepen zonder eigen voortstuwing, met een totaal laadvermogen van circa 0,22 mln. ton.46
  •  

BOUW VAN NIEUWE SCHEPEN47

  • Ten opzichte van 2020 is het aantal nieuwgebouwde drogeladingschepen met acht afgenomen, terwijl er vier nieuwe tankschepen bijkwamen (40 in 2019, 54 in 2020 en 58 in 2021). Er kan een sterke toename van de capaciteit van nieuwe tankschepen worden vastgesteld.
  • Het merendeel van de nieuwe drogeladingschepen die in 2021 op de markt kwamen, werd in Nederland geregistreerd (13 van de 18), gevolgd door België, met vijf nieuwe schepen.
  •  

    AFBEELDING 11: NIEUWE DROGELADINGSCHEPEN OP DE MARKT PER LAND VAN REGISTRATIE (AANTALLEN, 2011-2021)


    Bron: IVR
     

  • Wanneer de nieuwgebouwde drogeladingschepen worden geanalyseerd naar laadvermogen, kan worden geconstateerd dat het grootste deel (negen schepen) in de categorie 3000-4000 ton valt, gevolgd door de categorie daaronder van 2000-3000 ton. In 2021 bedroeg het gemiddelde laadvermogen van nieuwe drogeladingschepen 2488 ton.
  •  

    TABEL 4: NIEUW GEBOUWDE DROGELADINGSCHEPEN NAAR LAADVERMOGEN

    Laadvermogen20172018201920202021
    0 < 1.000 t42134
    1.000-2.000 t37390
    2.000-3.000 t95655
    3.000-4.000 t1237109
    > 4.000 t10300
    Totaal2917202718

    Bron: IVR
    Ter informatie: voor één nieuw schip werd het laadvermogen deels geschat als gevolg van aanvankelijk ontbrekende cijfers.

     

    TABEL 5: NIEUWE DROGELADINGSCHEPEN IN 2021 NAAR LENGTE

    LengteAantal schepen
    <= 55 meter4
    55 tot < 70 meter0
    70 tot < 86 meter3
    86 tot 110 meter10
    > 110 meter1
    Totaal18

    Bronnen: IVR, analyse van de CCR
     

  • Volgens de IVR-database kwamen er in 2021 58 nieuwe tankers op de markt, vier meer dan in 2020. Hiervan werden 32 in Nederland geregistreerd, negen in Duitsland, acht in België, vijf in Luxemburg en vier in Zwitserland.
  •  

    AFBEELDING 12: NIEUWE TANKSCHEPEN OP DE MARKT PER LAND VAN REGISTRATIE (AANTALLEN, 2011-2021)


    Bron: IVR
     

  • De meerderheid van de nieuwe tankers hebben een laadvermogen tussen 2000-3000 ton, met 18 nieuwe tankschepen in 2021. Op de tweede plek komen schepen met 3000-4000 ton laadvermogen met 15 nieuwe tankschepen. Vergeleken met de nieuwe tankschepen in 2020 kan worden opgemerkt dat de vraag naar grotere laadvermogens in 2021 is toegenomen. Het totale gemiddelde laadvermogen is echter licht gedaald. Het gemiddelde laadvermogen voor nieuwe tankschepen kwam in 2021 neer op 3550 ton, in 2020 op 3793 ton en in 2019 op 3103 ton.
  •  

    TABEL 6: NIEUWE TANKSCHEPEN NAAR LAADVERMOGEN

    Laadvermogen20172018201920202021
    0 < 1000 t12100
    1000-2000 t101215913
    2000-3000 t147112118
    3000-4000 t2351015
    > 4000 t1481412
    Totaal2828405458

    Bronnen: IVR, analyse van de CCR
    Ter informatie: voor vier nieuwe schepen werd het laadvermogen deels geschat als gevolg van aanvankelijk ontbrekende cijfers.

     

    TABEL 7: NIEUW GEBOUWDE TANKSCHEPEN IN 2021 NAAR LENGTE

    LengteAantal schepen
    <= 55 meter0
    55 to < 70 meter0
    70 to < 86 meter12
    86 to 110 meter27
    > 110 meter19
    Totaal58

    Bronnen: IVR, analyse van de CCR
     

  • In de categorie duw- en sleepboten kwamen zeven nieuwe schepen op de markt. Er waren zes nieuwe duwboten (drie in Luxemburg, twee in Duitsland en één in Nederland) en één sleepboot, die in Nederland werd geregistreerd.
  • Afbeelding 13 toont het nieuwe laadvermogen dat op de markt kwam per jaar en voor drogelading- en tankschepen. Na een lange dalende trend na de financiële crisis, vertoont het laadvermogen voor beide scheepstypes de afgelopen jaren weer een stijgende lijn. Voor tankers was deze toename in de nieuwbouwactiviteit duidelijk groter dan voor drogeladingschepen. Zoals de daling in het aantal nieuwe schepen in 2020 en 2021 echter laat zien, verslechterden de omstandigheden voor de vervoersvraag naar één vloeibaar goederensegment (aardolieproducten) in de nasleep van de pandemie.
  •  

    AFBEELDING 13: NIEUWE CAPACITEIT OP DE MARKT IN DE DROGELADING- EN TANKVAART (LAADVERMOGEN IN 1.000 TON)


    Bron: IVR
     

LEEFTIJDSSTRUCTUUR VAN DE RIJNVLOOT48

  • Ongeveer 83,2% van de drogeladingvloot werd in de 20e eeuw gebouwd, terwijl dit voor de tankvloot circa 41,6% bedroeg.
  •  
    Tankschepen

    BouwjaarAantal schepenAandeel in %
    2000 tot 20211.04358,3
    1900 tot 199974441,6
    1875 tot 189920,1

    Bron: IVR, analyse van de CCR
     
    Drogeladingschepen
    BouwjaarAantal schepenAandeel in %
    2000 tot 20211.42016,6
    1900 tot 19997.13883,2
    1875 tot 1899240,3

    Bron: IVR, analyse van de CCR
     

  • Voor de passagiersvloot wordt een onderscheid gemaakt tussen passagiersveerponten en passagiersschepen voor dagexcursies. De riviercruiseschepen worden apart behandeld in hoofdstuk 8. De meeste veerponten en dagtochtschepen werden in de 20e eeuw gebouwd. Hetzelfde geldt voor duw- en sleepboten, waarvan een aanzienlijk deel van 92,2% tussen 1900 en 1999 werd gebouwd.
  •  
    Passagiersveerponten

    BouwjaarAantal schepenAandeel in %
    2000 tot 20216237,8
    1900 tot 199910262,2
    1875 tot 18990,00,0

    Bron: IVR, analyse van de CCR
     
    Passagiersschepen voor dagexcursies49
    BouwjaarAantal schepenAandeel in %
    2000 tot 202116913,6
    1900 tot 1999105184,5
    1875 tot 1899241,9

    Bron: IVR, analyse van de CCR
     
    Duw- en sleepboten
    BouwjaarAantal schepenAandeel in %
    2000 tot 20211307,4
    1900 tot 1999162792,2
    1875 tot 189980,5

    Bron: IVR, analyse van de CCR
     

  • Volgens de database van de IVR telt Nederland het grootste aantal schepen binnen de Rijnvloot in vrijwel elke scheepscategorie, gevolgd door Duitsland.
  •  

    AFBEELDING 14: INGEBRUIKNAME VAN SCHEPEN IN DE RIJNVLOOT IN DE LOOP DER JAREN (AANTAL BINNENVAARTSCHEPEN)


    Bronnen: IVR, analyse van de CCR
    Verder zijn er nog 60 drogeladingschepen, 50 passagiersschepen, 30 duw-/sleepboten en twee tankers met een onbekend bouwjaar. De database van IVR bevat actieve schepen, maar mogelijk ook enkele inactieve schepen, vooral die in vroegere jaren in gebruik werden genomen.

     

CAPACITEIT-MONITORING

    DROGELADINGSCHEPEN

     

  • Het jaar 2021 werd gekenmerkt door een herstel na de pandemiecrisis van 2020. Vooral het internationale vervoer van droge lading kreeg een grote impuls. Dit leidde tot een betere capaciteitsbenutting van de grotere schepen. Voor de drogeladingschepen bedroeg de gemiddelde benuttingsgraad in 2021 81%. Dit ligt duidelijk hoger dan in 2020 (76%) en ligt op een vergelijkbaar niveau als in 2015 en 2016.
  • Er zijn aanwijzingen dat de vlootcapaciteit momenteel te krap is om in periodes met laagwater de vraag naar vervoer op te vangen. In 2022 zal de benuttingsgraad voor drogeladingschepen naar verwachting nog verder stijgen als gevolg van de tot medio juli ontstane lage waterstanden.50 Ook de toenemende vraag naar kolen en in het kielzog daarvan meer steenkoolvervoer, alsook de verplaatsing van drogeladingschepen van het Rijnstroomgebied naar Oost-Europa (waar deze schepen meehelpen bij het vervoeren van graan uit Oekraïne) drijven de benuttingsgraad op. Het is echter eveneens duidelijk dat deze stijging van de vraag naar vervoer, met name met betrekking tot kolenvervoer, van tijdelijke duur is.
  •  

    AFBEELDING 15: TIJDREEKS VOOR DE BENUTTINGSGRAAD VAN DE RIJNVLOOT (DROGELADINGSCHEPEN PER GROOTTEKLASSE)


    Bron: analyse van Panteia op basis van gegevens van de CCR
     

  • Vergeleken met 2020 waren er geen beperkingen van de bedieningstijden van sluizen en beweegbare bruggen. In de eerste fase van de Covid-19-crisis werd het schutbedrijf op bijvoorbeeld de Bovenrijn en de Moezel onderbroken, en hadden de vaarwegbeheerders van de rivieren en kanalen in Nederland en België ook de mogelijkheden tot het passeren van de sluizen beperkt. In 2021 werd de bediening van de sluizen volledig hersteld en was het in veel gevallen mogelijk de hele week door 24 uur per dag te schutten.
  • De vraag naar vervoer in het segment droge lading heeft zich goed hersteld van de coronacrisis. Het vervoer van steenkool en ijzererts is zeer sterk gestegen. Dat kwam niet alleen door een stijging van de productie en de herbevoorrading van de hoogovens van de staalnijverheid in het Ruhrgebied. In Duitsland moet ook gezocht worden naar alternatieve energiebronnen vanwege de ontmanteling van de kerncentrales. Daardoor moet extra ketelkool naar de elektriciteitscentrales worden vervoerd en is de vraag naar grote (>2000 ton) binnenvaartschepen toegenomen. De gestegen productie van de hoogovens leidde ook tot meer vervoer van metaalproducten door de binnenvaart. Wat het vervoer van landbouwproducten betreft, lag de vraag nog onder het niveau van voor de pandemie, met name als gevolg van de nog beperkte openingstijden.
  • De wateromstandigheden in 2021 waren gunstiger dan in 2020, met name in de periode tussen mei en september. Zo konden de binnenvaartschepen gedurende een groot gedeelte van het jaar meer vracht vervoeren dan het jaar ervoor. Relatief gezien was er dus meer vervoerscapaciteit beschikbaar om de extra vraag naar goederen op te vangen.
  • De vlootcapaciteit is in 2021 gestegen. Met name de grote schepen (> 2000 ton) namen sterk in aantal toe. Het aantal kleine en middelgrote schepen daalde, een trend die naar verwachting zal voortzetten. Bij de kleinste schepen valt op dat de toevoer van goederen bijna even snel afneemt als de vlootcapaciteit. Hierdoor blijft de gemiddelde benuttingsgraad in dit vlootsegment onveranderd.
  •  

    TANKSCHEPEN

     

  • Voor de tankvaart is de gemiddelde benuttingsgraad van de vloot in 2021 op hetzelfde niveau gebleven als in het jaar daarvoor. De benuttingsgraad ligt nog steeds bij 68%. Opmerkelijk is dat meer kleine (<1000 ton) en middelgrote (1000 tot 2000 ton) schepen zijn ingezet en juist minder grotere schepen. Hiervoor bestaan meerdere redenen: - Slechts een zeer beperkte groei van het ladingaanbod. In tegenstelling tot de drogeladingmarkt heeft deze markt zich nog niet volledig kunnen herstellen van de coronacrisis. Hoewel de volumes weer wat groter werden, bleef de vraag, met name naar vervoer van brandstoffen zoals benzine, diesel en kerosine, nog altijd veel lager dan in 2019 door het grote aantal thuiswerkers. - Gunstigere wateromstandigheden. Voor een groot gedeelte van 2021 kon zonder belemmeringen op de Rijn worden gevaren. Dat zag er in 2020 heel anders uit, toen er vanaf de lente tot aan het einde van het jaar bijna altijd beperkingen waren als gevolg van de waterstanden, waardoor er minder goederen konden worden geladen. In 2021 had de scheepvaart alleen in oktober en november te kampen met extreme waterstanden. Daarom konden tankschepen gemiddeld meer goederen vervoeren, wat weer een dempend effect had op de benuttingsgraad. - Groei van de tankvloot. In 2021 werd een groot aantal nieuwe tankschepen in de vaart genomen. Dit waren bijna uitsluitend tankers met een laadvermogen van 2000 ton of meer. Als gevolg hiervan is de totale omvang van de tankvloot toegenomen.
  •  

    AFBEELDING 16: TIJDREEKS VOOR BENUTTINGSGRAAD VAN DE RIJNVLOOT (TANKSCHEPEN PER GROOTTEKLASSE)


    Bron: analyse van Panteia op basis van gegevens van de CCR
     

  • In het bijzonder voor de deelsegmenten kennen de kleine en middelgrote tankschepen een volledige capaciteitsbenutting. In bijna alle gevallen betreft dit tankers die in zeer specifieke marktsegmenten actief zijn, zoals bijvoorbeeld voor het vervoer van cement of spijsoliën. In andere gevallen gaat het om tankers die specifiek voor een klant zijn gebouwd en daarom de optimale benuttingsgraad van hun capaciteit bereiken. Op deze markt is er waarschijnlijk sprake van een ondercapaciteit en een verstoring zoals langdurige lage waterstanden zal tot een daling van de productie of een modal-shift leiden. Bij de grotere tankschepen is er voldoende transportcapaciteit beschikbaar, zelfs wanneer er zich weer een periode van laagwater voordoet zoals in 2018.