Glossarium

20XX-1/20XX-Q1: eerste kwartaal
20XX-2/20XX-Q2: tweede kwartaal
20XX-3/20XX-Q3: derde kwartaal
ADN: de Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren
ARA-gebied: Amsterdam – Rotterdam – Antwerpen
BBP: Bruto Binnenlands Product, maatstaf van de totale omvang van de economie van een land
BELADINGSGRAAD: Percentage van het maximale laadvermogen van een schip
BINNEN-BUITENSCHIP: Een zeeschip dat geschikt is om zowel op zee als op bepaalde binnenwatertrajecten te varen.
BINNENVAARTVERVOER IN DE HAVEN: het overslagvolume, gemeten in ton, van de volgende overslagactiviteiten: overslag ‘schip/schip’, ‘schip/wegvoertuig’, ‘schip/goederenwagon’, ‘schip/kade’
BUITENGAATSLIJN (INLAND WATERWAY BOUNDARY): In het VK het verste, richting zee gelegen punt in de monding van een rivier dat redelijkerwijs nog door een brug overspannen of door een tunnel verbonden kan worden. De rivierbreedte zou op dit punt bij laagwater minder dan 3 km en bij hoogwater minder dan 5 km moeten zijn.
CEMT: Classificatiesysteem voor Europese waterwegen
CPTPP: Comprehensive and Progressive agreement for Trans-Pacific Partnership, Uitgebreide en progressieve partnerschapsovereenkomst tussen de EU en het gebied van de Stille Oceaan
DE INTERNATIONALE MARITIEME ORGANISATIE (IMO): Een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties met de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en beveiliging van de scheepvaart en de voorkoming van de verontreiniging van de zee en luchtverontreiniging door schepen.
DE MODAL SPLIT-INDICATOR: het aandeel van de binnenvaart binnen de totale vervoersprestatie van het goederenvervoer (wegvervoer, spoor, binnenvaart), gemeten in ton-kilometer
DE ’RIVIER’ DE DONAU: Stroomopwaarts van Braila valt het vervoer over de Donau onder de traditionele binnenvaart
DE SMOOTH WATERLINE: In het VK is dit een buitengaatslijn binnen riviermondingen, waar al het vervoer dat volledig binnen deze Smooth Waterline blijft als zuivere binnenvaart wordt beschouwd.
DIEPGANG VAN EEN SCHIP: aflaaddiepte van een stilliggend schip
DONAUSTATEN: Bulgarije, Kroatië, Oostenrijk, Roemenië, Servië, Slowakije, Hongarije
ECB: Europese Centrale Bank
ESTUAIRE VAART: In België is dit het vervoer door estuaire schepen, specifieke binnenvaartschepen die ook voor niet-internationale zeereizen kunnen worden ingezet. Deze binnenvaartschepen mogen overeenkomstig het Koninklijk Besluit via de riviermonding van de Schelde in kustwateren tussen de Belgische zeehavens en het Belgische netwerk van binnenwateren varen, mits zij aan bepaalde eisen voldoen.
EU: Europese Unie
EU-richtlijn 2016/1629: De Europese richtlijn tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
EUROPA: Europese binnenvaart omvat in dit rapport twee landen die geen deel uitmaken van de Europese Unie, Zwitserland en Servië
FARAG-gebied: Vlissingen, Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Gent
GOS: Gross Operating Surplus, bruto-exploitatieoverschot, ook wel afgekort tot GOS, is het bruto product van een industrie dat voortvloeit uit de bedrijfsactiviteiten na aftrek van de kosten van intermediaire goederen en diensten (om de bruto toegevoegde waarde te kunnen berekenen), en na aftrek van de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer
HET INTERNATIONAAL VERDRAG BETREFFENDE DE UITWATERING VAN SCHEPEN (LL): Een internationaal verdrag waarin bepalingen zijn opgenomen voor de vaststelling van de vrijboorden van schepen
HET INTERNATIONAAL VERDRAG TER VOORKOMING VAN MARITIEME VERONTREINIGINGEN DOOR SCHEPEN (MARPOL): Het belangrijkste verdrag met betrekking tot zeeverontreiniging door schepen via operationele of accidentele lozingen
HET INTERNATIONAAL VERDRAG VOOR DE BEVEILIGING VAN MENSENLEVENS OP ZEE (SOLAS): Een internationaal maritiem verdrag waarin de minimum veiligheidsnormen zijn vastgesteld op het gebied van constructie, uitrusting en werking van koopvaardijschepen
IWT: Binnenvaart
IWW: Binnenwaterwegen
KORTE VAART: Reizen van zeeschepen tussen Europese zeehavens
LAADVERMOGEN: Maximale belading van een schip in percentage
MARITIEME DONAU: Stroomafwaarts van Braila wordt de Donau ook vaak de maritieme Donau genoemd, vanwege zijn zee-rivierkarakter.
MEER-ZEEVAART: In Zweden en Finland wordt de zee-riviervaart meer-zeevaart genoemd, omdat deze vorm van vervoer voornamelijk plaatsvindt tussen meren (het Saimaa-, Väner- en Mälarmeer), die het binnenvaartdeel vertegenwoordigen, en de zee (de Oost- en Noordzee).
MIO (MLN): Miljoen
MLD: Miljard
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OMZET: bruto omzet na aftrek van omzetbelasting
OVEREENGEKOMEN LAGE RIVIERSTAND: de overeengekomen lage rivierstand staat voor een laagwaterstand die gemiddeld 20 ijsvrije dagen per jaar onderschreden wordt
PP: Procentpunt (eenheid voor het verschil tussen twee percentages. Bijvoorbeeld: een stijging van 40% naar 44% is een stijging van 4 procentpunten of een toename van 10 procent van hetgeen gemeten wordt)
RIJNOEVERSTATEN: België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Zwitserland
RUHRGEBIED: het dichtbevolkte stedelijke gebied in West-Duitsland dat het grootste industriegebied in West-Europa is.
SAIMAAKANAAL: Een Fins bevaarbaar kanaal dat een verbinding vormt tussen het Saimaa-merengebied bij de stad Lappeenranta en de Finse Golf aan de Oostzee bij de stad Vyborg.
SÖDERTÄLJEKANAAL: Zweedse waterweg die de verbinding vormt tussen het Mälarmeer bij de stad Södertälje en de Oostzee
SULINA-KANAAL: Roemeense waterweg met zee-riviervaart die de verbinding vormt tussen de Zwarte Zee en de zee-rivierhaven van Tulcea
TEU: Twenty-foot Equivalent Unit, 20-voet equivalent (eenheid voor de containerinhoud)
TKM: Tonkilometer (eenheid voor de vervoersprestatie bestaand uit hoeveelheid vervoerde goederen vermenigvuldigd met de vervoersafstand)
TRADITIONELE RIJN: De Rijn van Bazel tot de Duits-Nederlandse grens
TRANSITOTRANSPORT OVER DE BINNENWATEREN: Vervoer over de binnenwateren van een bepaald land tussen twee plaatsen (plaats van laden of aan boord gaan en plaats van lossen of van boord gaan) die zich beide in een ander land bevinden of in andere landen, mits het volledige traject binnen het land over binnenwateren plaatsvindt en dat er in het transitoland geen vervoersactiviteiten zijn waarbij geladen of gelost wordt, respectievelijk passagiers aan of van boord gaan. Binnenvaartschepen die aan de grens van dat land worden beladen of gelost in of uit een ander vervoermiddel worden meegeteld.
TRÖLLHÄTTEKANAAL: De Zweedse waterweg die een verbinding vormt tussen het Vänermeer en het Kattegat (Oostzee)
VAAR- EN HAVENRECHTEN: Dit zijn heffingen die door enkele landen aan schepen worden opgelegd die de haven aandoen, waarbij de tarieven afhankelijk zijn van de grootte van het schip en het gewicht van de lading.
VRACHTPRIJS: Prijs die berekend wordt om een lading van één plaats naar een andere te vervoeren.
VRACHTVERVOER DOOR VERVOERSWIJZEN OVER LAND: dit omvat de binnenvaart, het spoor- en wegvervoer.
VRACHTVERVOER OVER WATER: Laden en lossen in havens waar binnenvaartschepen bij betrokken zijn
ZEE-RIVIERVAART: Volgens de referentiehandleiding van Eurostat betreffende statistieken van de binnenvaart, bestaat de zee-riviervaart uit goederenvervoer dat deels via binnenwateren en deels over zee plaatsvindt zonder overslag. Het kan per binnenvaartschip of zeeschip worden uitgevoerd. Elk binnenvaartschip dat dergelijk vervoer verricht, dient een dienovereenkomstige vergunning te hebben om op zee te mogen varen.

dictum elit. facilisis at lectus amet, elementum leo. in neque. efficitur.