Voorwoord

CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

Het is met groot genoegen dat de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) het jaarrapport over de marktobservatie in de Europese binnenvaart voor 2020 presenteert, dat in partnerschap en met ondersteuning van de Europese Commissie tot stand is gekomen.

Het nieuwe marktobservatierapport bevat de belangrijkste resultaten voor het jaar 2019 met betrekking tot verschillende aspecten van de Europese binnenvaart. Het rapport gaat in op het vrachtvervoer over de hoofdwaterwegen in Europa, het passagiersvervoer, de aan- en afvoer door de binnenvaart in havens, vervoersondernemingen, vrachtprijzen, de ontwikkeling van de vloot, de werkgelegenheid en het segment van de riviercruises. Het rapport beschrijft ook de ontwikkeling van de waterstanden en de vaaromstandigheden op de Rijn en de Donau.

Hoewel dit rapport eigenlijk gewijd is aan de marktontwikkelingen in 2019, is er veel moeite getroost om deze keer de vooruitzichten voor de binnenvaartsector op de korte en langere termijn te belichten tegen de achtergrond van de huidige coronacrisis. In dit rapport 2020 is daarom een gedetailleerde beschrijving opgenomen van de vooruitzichten op korte termijn waarbij de gevolgen van de Covid-19-pandemie voor zowel het vracht- als passagiersvervoer zijn meegewogen. Daarnaast biedt het rapport ook een analyse van de vooruitzichten op langere termijn voor belangrijke goederensegmenten zoals landbouwproducten, levensmiddelen en veevoeders, ijzerertsen en staal, steenkolen, bouwmaterialen, chemicaliën, aardolieproducten en containers. Het rapport vormt tevens een gelegenheid om in te gaan op belangrijke maatschappelijke veranderingen en de gevolgen daarvan voor de binnenvaartsector, zoals de energietransitie en de kansen die deze de binnenvaart kan bieden.

De Donau-, Moezel- en Savacommissie hebben de CCR veel statistische en marktgegevens voor hun respectieve stroomgebieden verstrekt. Het rapport bevat dit jaar voor de eerste keer ook informatie over de binnenvaart in het rivierbekken van de Sava. Dankzij deze statistische bronnen was het mogelijk dit rapport uit te breiden tot andere geografische gebieden. Ik wil hier de hoop uitspreken dat wij deze vruchtbare samenwerking met de riviercommissies in de toekomst kunnen voortzetten en verder kunnen uitdiepen. Ik neem de gelegenheid te baat de genoemde commissies heel hartelijk te danken voor hun bijdragen.

Vertegenwoordigers van het binnenvaartbedrijfsleven hebben ons bijgestaan met waardevolle adviezen en expertise, naast zeer welkome reacties en aanbevelingen. Onze dank gaat met name uit naar de EBU (de Europese Binnenvaart Unie), de ESO (de Europese Schippers Organisatie) en de CBRB (Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart).

De uitstekende samenwerking met Eurostat, de nationale bureaus voor de statistiek, de zee- en binnenhavens, maar ook de nationale en regionale waterwegbeheerders en scheepvaartinstanties wil ik hier zeker niet ongenoemd laten, want zonder hen zou het niet mogelijk geweest zijn over grote en gedetailleerde datasets te beschikken. Net als vorig jaar heeft de CITBO, de Coöperatie van exploitanten van tankschepen voor de binnenvaart, ruwe data geleverd over de vrachtprijzen op de spotmarkten en de huurprijzen voor het vervoer van vloeibare lading (time charter) in de FARAG-regio (Vlissingen- Antwerpen-Rotterdam-Amsterdam-Gent). Dankzij deze gegevens kon er een analyse worden opgenomen over de ontwikkeling van de vrachtprijzen voor het vervoer van vloeibare lading in dit gebied dat een grote rol speelt voor de Europese binnenvaart. De gegevens over de vrachtprijzen voor droge lading werden vergaard en verstrekt door het onderzoeksbureau Panteia.

De informatie over de riviercruises is gebaseerd op samenwerking met de heer Arnulf Hader, deskundige op dit gebied, en het onderzoeksbureau SeaConsult. De door hen verstrekte gegevens en informatie zijn ook deze keer zeer nuttig gebleken.

Verder wil ik beide auteurs van dit rapport van het CCR-secretariaat en alle andere personen die betrokken waren bij het opstellen van dit rapport heel hartelijk bedanken voor alles wat zij gedaan hebben ondanks de vele beperkingen als gevolg van de coronacrisis in de eerste helft van 2020.

Last but not least, wil ik hier mijn dank uitspreken aan het adres van de coördinator voor de Rijn-Alpen-Corridor (RALP), de heer Paweł Wojciechowski, die bereid was om het voorwoord bij dit jaarrapport te schrijven. De afgelopen jaren zijn de banden met de Rijn-Alpen-Corridor nauwer geworden, hetgeen de verdere ontwikkeling van het binnenvaartvervoer in deze corridor zeker ten goede zal komen.

Wij hopen dat ons rapport ook deze keer een instrument zal zijn om strategische beslissingen ter bevordering van de Europese binnenvaart mogelijk te maken.

Het is eigenlijk een soort traditie ter afronding veel leesgenoegen te wensen, maar gezien de huidige omstandigheden, wil ik graag de gelegenheid te baat nemen om iedereen tevens het beste te wensen en wil ik bij dezen de hoop uitspreken dat de activiteiten in de binnenvaartsector snel zullen herstellen en de binnenvaart daarbij de wind in de zeilen zal hebben.

 

Bruno Georges
Secretaris-Generaal van de CCR

RIJN-ALPENCORRIDOR

Het is met veel genoegen dat ik me hier tot u richt in het kader van het verschijnen van het Marktobservatierapport 2020 over de Europese binnenvaart dat door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) is opgesteld.

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat de Europese Commissie mij benoemd heeft tot Europese coördinator voor de Rijn-Alpen-corridor. Ik heb al snel een uitstekende werk- en persoonlijke relatie met de CCR gekregen.

De binnenvaart speelt een cruciale rol in de Rijn-Alpen-corridor. De waterwegen vormen 25% van de lengte van de corridor, maar zijn goed voor het transport van meer dan 50% van het totale internationale vrachtvervoer binnen de corridor. De corridor bestaan niet alleen uit de Rijn. De Neckar en gedeeltelijk ook de Moezel zijn twee andere belangrijke onderdelen van het binnenvaart-corridornetwerk.

De binnenvaartinfrastructuur in de corridor is goed ontwikkeld. Deze infrastructuur voldoet al grotendeels aan de criteria die zijn vastgelegd in de richtsnoeren van de Europese Unie voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T). Dat neemt niet weg dat er toch nog uitdagingen zijn, met name ten aanzien van de nagestreefde vaargeuldiepte van 2,5 meter. Dit heeft consequenties voor toch een aanzienlijk gedeelte van de rivier, vooral in perioden met extreme droogte en laagwater, zoals de laatste jaren verschillende keren gebleken is. In mijn vierde Corridor-Werkplan, dat later dit jaar zal verschijnen, komt de nadruk te liggen op het feit dat de vaargeuldiepte van de Middenrijn vergroot zou moeten worden. Dit zou de betrouwbaarheid en vaaromstandigheden zeer ten goede komen.

De Rijn-Alpen-corridor is – per definitie – multimodaal. Multimodaliteit speelt een fundamentele rol om de corridor verder uit te kunnen bouwen en ik zou wat dit betreft dan ook de nadruk willen leggen op het belang van de binnenhavens. Tri-modale terminals die binnenvaart, spoor en weg met elkaar verbinden, maar ook bimodale terminals voor de verbinding tussen vrachtschip en vrachtwagen, bevorderen het goede functioneren van de corridor.

Door ervoor te zorgen dat de binnenvaartinfrastructuur voldoet aan de TEN-T-standaarden zullen wij erin slagen de dominerende positie van deze vervoersmodus in de corridor te behouden. Dit is des te belangrijker nu de algemene politieke context verandert. Verduurzaming, aanpassingen en maatregelen tegen de klimaatverandering zijn de hoofddrijfveren van het infrastructuurbeleid van de EU. De Europese Commissie heeft vorig jaar haar Europese Green Deal gepresenteerd, met het ambitieuze doel door een reductie van 50% van de broeikasgassen tegen 2030 van Europa het eerste klimaatneutrale continent van de wereld te maken tegen 2050. Het is van uitermate groot belang om onze inzet voor de decarbonisatie te versterken door projecten te steunen die het vervoer over de weg verplaatsen naar de binnenvaart en het spoor.

De nieuwe Connecting Europe Facility (CEF) voor 2021-2027 zal ertoe bijdragen de doelstellingen van de Green Deal te bereiken. De meeste in het kader van de CEF gesteunde activiteiten hangen samen met duurzame vervoersmodi, met inbegrip van de binnenvaart. De CEF zal ook worden ingezet om intermodaliteit en de uitrol van alternatieve brandstoffen te steunen, waardoor het vervoersstelsel efficiënter en robuuster kan worden gemaakt.

Het corridorconcept is gebaseerd op de samenwerking tussen alle stakeholders. Dit geldt ook voor het niveau van de binnenvaart. Ik heb vaak met vertegenwoordigers van de sector, waaronder waterwegbeheerders, havenautoriteiten, scheepseigenaren en operators, kunnen spreken. Ik ben van mening dat de samenwerking en inbreng van al deze stakeholders versterkt en gesteund moet worden, omdat dit een positieve impact zal hebben op de corridoractiviteiten. Alleen door onze inspanningen te richten op gezamenlijke doelstellingen kunnen we binnen de corridor komen tot een duurzame ontwikkeling.

De afgelopen jaren hebben we steeds weer te maken gehad met laagwater in de Rijn. Het had en heeft vermoedelijk ook in de toekomst veel gevolgen voor de binnenvaart. Dit jaar worden wij geconfronteerd met een crisis die een andere dimensie heeft, de COVID-19-pandemie, waarvan het moeilijk is om te voorspellen wat de gevolgen op lange termijn zullen zijn. Wij moet dit echter gezamenlijk bolwerken en samen zoeken naar passende oplossingen.

De jaarrapporten en statistische kwartaalbulletins van de CCR heb ik altijd zeer nuttig gevonden. Ik schaar mij achter de woorden van de secretaris-generaal van de CCR, de heer Bruno Georges, en wens u veel genoegen bij het lezen van dit jaarrapport 2020.

 

Paweł Wojciechowski
Europese coördinator voor de Rijn-Alpencorridor