1. Macro-economische context en vooruitzichten

Download de PDF

• Economische indicatoren in de EU zoals de industriële productie en handel (invoer en uitvoer) liepen in 2019 sterk terug. Dit werd nog verergerd door gespannen handelsbetrekkingen, met name tussen de VS en China.

• Protectionistische maatregelen zoals hogere douanerechten op auto’s en staal en de afzwakking van de industriële productie droegen bij aan de daling met 15% in het vervoer van ijzererts over de Rijn tussen 2017 en 2019. De modal shift als gevolg van de laagwatercrisis in 2018 maakte het er niet beter op.

• De Europese Commissie verwacht dat de economie in de EU door de coronacrisis in 2020 met 7,5% zal krimpen, maar in 2021 circa 6% zal groeien. Een grote onzekerheidsfactor rond deze vooruitzichten is een eventueel langer voortdurende covid-19-pandemie.

 

Belangrijke macro-economische ontwikkelingen in Europa in 2019

  • Meerdere economische indicatoren laten zien dat de Europese economie in 2019 met een sterke krimp te maken kreeg, met name in de industriesector (Dit deel A is voornamelijk gebaseerd op de Europese economische prognose van de Europese Commissie (najaar 2019) van november 2019 (Institutional Paper 115)). Een belangrijke reden voor deze aanzienlijke productiedaling in de industriesector was het al jaren durende handelsconflict tussen de VS en China dat in 2019 verder is geëscaleerd. Ook andere landen kozen voor protectionistische maatregelen. Het ging daarbij vooral om de goederensegmenten graan, met name sojabonen, auto’s en staalproducten (Bron: Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en Ontwikkeling (UNCTAD), Review of Maritime Transport 2019).
  • Europa dreigde steeds meer meegesleurd te worden in deze handelsoorlog wegens de verstoring van de grensoverschrijdende productie- en logistieke ketens. Een aantal Europese autofabrikanten bouwen auto’s in de VS die aan China worden verkocht, en omgekeerd. De protectionistische handelsbarrières, zoals extra importheffingen op staal en auto’s, hadden een negatieve impact op de Europese staalproductie en dus ook op het vervoer van ijzerertsen over de Rijn. Het ijzerertsvervoer vertoonde tussen 2013 en 2015 een stijgende lijn, van 24,6 mln. ton naar 26,0 mln. ton, en bleef tot 2017 op dit niveau. Tussen 2017 en 2019 kromp dit segment tot 21,6 mln. ton. In 2018 en 2019 liep het vervoer van ijzererts ook terug, omdat de staalproducenten door de moeilijke laagwateromstandigheden op de Rijn een deel van goederen niet door de binnenvaart hebben laten vervoeren, maar via het spoor.
  • Bijzonder kwetsbare landen zijn exportgeoriënteerde economieën zoals Duitsland, Nederland, de Tsjechische Republiek en Slowakije. In deze landen, met uitzondering van Nederland, neemt de automobielbranche een bijzonder groot aandeel van de industriële productie voor haar rekening. De autocluster vertegenwoordigt een relatief groot deel van de totale toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. Dit leidde ertoe dat in de EU de industriële productie afzwakte, met gevolg dat ook de in- en uitvoer daalden. Dit stond in schril contrast tot de positieve tendens die tot 2017 kon worden waargenomen.
  •  

    AFBEELDINGEN 1 EN 2: GROEI VAN DE INDUSTRIËLE PRODUCTIE IN DE EU, EU-UITVOER EN EU-INVOER PER KWARTAAL IN VERGELIJKING MET HET VOORAFGAANDE KWARTAAL* (IN %)



    Bron: Belangrijke economische indicatoren op korte termijn van de OESO
    *Groeicijfers op basis van seizoensgecorrigeerde gegevens.

     

  • De verdere verbeteringen op de arbeidsmarkt in 2019, zoals een afnemende werkloosheid en toenemende werkgelegenheid, hebben het vertrouwen van de particuliere consument in de Europese economie versterkt, zodat de particuliere consumptie op een hoog niveau kon blijven.

 
 

Macro-economische vooruitzichten voor 2020 en 2021

Macro-economische scenario’s

  • Gezien de grote onzekerheid over de economische impact en de enorme uitdagingen waarmee de wereldeconomie wordt geconfronteerd als gevolg van de Covid-19-crisis, is het op dit moment uitermate moeilijk te voorspellen hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft daarom naast een optimistisch basisscenario dat gebaseerd is op de aanname dat de economie in 2021 zich snel zal herstellen, nog drie andere scenario’s geschetst, namelijk een langer aanhoudende coronacrisis in 2020, een nieuwe uitbraak in 2021 en tot slot een langere voortzetting van de pandemie in 2020 in combinatie met een nieuwe uitbraak in 2021.
  • In het optimistische basisscenario van het IMF wordt verondersteld dat de pandemie in de tweede helft van 2020 afzwakt en de lock-downmaatregelen kunnen worden versoepeld. In geval van dit optimistische scenario wordt er echter van uitgegaan dat de wereldeconomie in 2020 fors zal krimpen, namelijk met -3%. Dit overtreft veruit de effecten van de financiële crisis in 2008-2009. Volgens de prognoses zal de EU-economie om te beginnen een sterke daling van 7,1% tonen, hetgeen meer is dan in de rest van de wereld (Dit deel is gebaseerd op de World Economic Outlook van april 2020, gepubliceerd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF)).
  •  

    AFBEELDING 3: GROEIPERCENTAGE VAN HET BRUTO BINNENLANDS PRODUCT (TEGEN CONSTANTE PRIJZEN) TEN OPZICHTE VAN HET JAAR ERVOOR EN PROGNOSES VOOR 2020 EN 2021 IN HET OPTIMISTISCHE BASISSCENARIO


    Bron: IMF, World Economic Outlook Database, vooruitzichten van april 2020
     

    • Vergelijkbaar met de prognoses van het IMF gaat ook de Europese Commissie in haar macro-economische prognoses voor 2020-2021 van 6 mei 2020 (economische voorjaarsprognoses 2020 van ECFIN) (Zie: Europese Commissie (2020), economische voorjaarsprognoses 2020: een diepe en ongelijke recessie, een onzeker herstel; https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_799 (4 juni 2020)) uit van een recessie. Voor de economie van de eurozone in 2020 wordt een ongeëvenaarde krimp van 7,8% aangekondigd, met echter in 2021 een groei van 6,3%. In de EU-lidstaten zal de economie in 2020 naar verwachting met 7,5% krimpen en in 2021 met ongeveer 6% groeien. De onzekerheden rond deze prognoses zijn echter bijzonder groot en hangen samen met risico’s die de situatie nog sterker negatief kunnen beïnvloeden. Een zwaardere en langer aanslepende pandemie dan waar momenteel rekening mee wordt gehouden, kan een veel diepere val van het BBP veroorzaken dan aangenomen wordt in het basisscenario van deze prognoses.
    • Volgens het optimistische basisscenario van het IMF zal de economie in de wereld zich in 2021 herstellen en vervolgens 5,8% groei tonen (in de EU 4,8%). Het IMF heeft echter ook drie andere scenario’s ontwikkeld waarin rekening wordt gehouden met een situatie waarin de pandemie eventueel langer aanhoudt dan aanvankelijk aangenomen.
    • In het eerste alternatieve scenario gaat men ervan uit dat de strijd tegen de verspreiding van het virus in 2020 ongeveer 50% langer zal duren dan in het basisscenario wordt aangenomen. In dat geval zal de wereldwijde economische productie 3% lager uitvallen dan in het optimistische basisscenario voor 2020. Hoewel de aanvankelijke daling sterker zal zijn in geavanceerde economieën zoals die van de Europese Unie, wordt verondersteld dat de coronacrisis in economisch opzicht minder sporen (langetermijneffecten op de werkloosheid, overheidsschulden) zal achterlaten. Geavanceerde economieën hebben in vergelijking met opkomende economische markten immers meer begrotingsruimte en kunnen dus meer financiële middelen ter beschikking stellen om de crisis te bestrijden en inkomens op een zeker peil te houden.
    • Het tweede scenario bekijkt wat de gevolgen zijn, mocht er in 2021 opnieuw een uitbraak komen, zij het in een minder zware vorm. Volgens dit tweede, alternatieve scenario zou de wereldwijde productie in 2021 dan met bijna 5% kunnen dalen in vergelijking met het optimistische scenario voor 2021.
    • In het derde scenario wordt uitgegaan van de mogelijke gevolgen van een langer aanhoudende pandemie in 2020 in combinatie met een tweede virusuitbraak in 2021. In dit geval zou de wereldwijde productie in 2021 bijna 8% laager zijn dan in het optimistische basisscenario. Met de minder gunstige financiële voorwaarden en beperktere begrotingsruimte in de opkomende economische markten wordt de impact in deze landen nogmaals versterkt.
    • De Europese Centrale Bank (ECB) en andere centrale banken hebben in de strijd tegen de crisis uitgebreide programma’s voor de aankoop van activa ingezet. Toch wijzen de huidige prognoses niet op een hoge inflatie in 2020, , ten minste niet voor de eurozone (Volgens de IMF-prognose van april 2020 zullen de gemiddelde consumentenprijzen in de eurozone naar verwachting in 2020 met slechts 0,23% stijgen en in 2021 met 0,98% in vergelijking met 1,2% in 2019). Vermoed wordt dat de zwakke consumptie en de dalende energie- en grondstofprijzen de inflatie laag zullen houden. Desondanks is voor enkele landen in Oost-Europa de dreiging van inflatie nog steeds reëel, omdat hun valuta’s devalueren als gevolg van kapitaalvlucht in “safe haven-valuta’s” zoals de Amerikaanse dollar, Japanse yen en Zwitserse frank. Voor Oost-Europese landen kan dit leiden tot geïmporteerde inflatie.
    •  

    Grondstofprijzen

    • De internationale en binnenlandse reisbeperkingen over de hele wereld alsook een sterke daling van het wegverkeer hebben geleid tot een ongekende daling in de vraag naar olie, aangezien meer dan 60% van de wereldwijde olievraag aan de transportsector toe te schrijven is. Tussen augustus 2019 en maart 2020 crashte de olieprijs van $57,60 naar $32,30 (-39,6%). De prijsdaling werd verder versterkt doordat de grote olieproducerende landen er niet in slaagden een akkoord te bereiken over een beperking van de olieproductie (Zie: New York Times, Oil Prices Nose-Dive as OPEC and Russia Fail to Reach a Deal (Olieprijzen in vrije val nu de OPEC en Rusland geen akkoord bereiken), 6 maart 2020). Deze prijsontwikkeling gaat hand in hand met het aanleggen van grote olievoorraden, vrijwillige productieverlagingen en een vermindering van de olieproductie. De voorspellingen op basis van de termijnmarkt voor olie wijzen erop dat de olieprijs door de aanhoudende zwakke vraag tot 2023 onder de $45 per vat zal blijven.
    • De prijzen voor basismetalen liepen van half januari tot eind maart 2020 met 15% terug. Verwacht wordt dat de metaalprijzen in 2020 met 15% zullen dalen en in 2021 met 5,6% ten opzichte van 2020.
    •  

      AFBEELDINGEN 4 EN 5: PRIJZEN VAN RUWE OLIE (US-$ PER VAT) EN METAALPRIJZEN (INDEX 2016 = 100) INCLUSIEF PROGNOSE



      Bron: IMF World Economic Outlook Database
      Prijzen van ruwe olie = eenvoudig gemiddelde van drie spotmarktprijzen (Dated Brent, West Texas Intermediate en Dubai Fateh), US$ per vat. Metaalprijzen-index met inbegrip van de indexcijfers van koper-, aluminium-, ijzererts-, tin-, nikkel-, zink-, lood- en uraanprijzen .

       

    • Levensmiddelen en oliehoudende zaden vormen belangrijke segmenten van het binnenvaartvervoer. Oliehoudend koolzaad wordt per binnenvaartschip naar havens vervoerd waar het wordt gebruikt als grondstof voor het produceren van koolzaadolie en vloeibare biobrandstof. Verwacht wordt dat de prijzen van koolzaadolie in 2020 5% lager zullen komen te liggen dan in 2019. In 2021 zou de prijs met 3% moeten dalen ten opzichte van 2020.
venenatis, facilisis tempus luctus at non dolor sit ante. ut eget